René heeft mij gevraagd hem eens rond te leiden in de Engbertdijksvenen, een van mijn favoriete natuur- en vogelgebieden in Twente. Dat doe ik graag en om 8 uur haal ik hem op voor deze gratis excursie. We starten aan de kant van Kloosterhaar en lopen de Pluus op, zoals de inwoners van Kloosterhaar dit gebied noemen, naar anologie van de hut aan het eind van het middenpad. Meteen valt op dat het vrij stil is in het gebied. Waar bij de entree normaal al spechten en/of boomklevers te horen zijn, piept nu een enkele koolmees of roodborst. Ook opvallend is dat de plas aan de linkerkant helemaal drooggevallen is. Later blijkt dat dit voor meer plassen in het gebied geldt. De boswachters van Staatsbosbeheer vertellen ons dat het gewoon te weinig geregend heeft en dat water uit het gebied wegstroomt. Deze mensen blijven vriendelijk en diplomatiek, maar wij weten ook dat er discussie en ook strijd is over de grondwaterstand in en om het hoogveen; belangen van de natuur en de boeren zijn weer eens tegenstrijdig. Maar genoeg gesomberd, er is veel te genieten en we beseffen dat wij vanmorgen hier lopen, omdat we nog redelijk gezond zijn en permanent zijn uitgeroosterd voor lesgeven. In de lucht trekt een statige blauwe reiger en een groep grauwe ganzen voorbij. Bij de hut zwemmen enkele wintertalingen, ik kan niet goed zien of het vrouwtjes of juvenielen betreft.
 |
| Blauwe reiger |
 |
| Grauwe ganzen, in silhouet |
 |
| Wintertaling |
 |
| Dichtbij de Pluus |
 |
| Een van de vennetjes met nog een beetje water |
Een groep aalscholvers trekt over. Een van de vele koolmezen zit mooi in de top van een boom, maar wel in tegenlicht. Als we verder lopen, zien we roodborsttapuiten in het kruidige gewas zitten; zwaluwen scheren over, groepjes jonge rietgorzen fladderen rond en tientallen graspiepers vliegen druk heen en weer; afgelopen week is de invasie graspiepers op gang gekomen. In een dode boom zitten gebroederlijk een kneu en een graspieper. Als we het gebied verlaten laat een mooie gaai zijn beeltenis nog even op de sensor vangen.
 |
| Aalscholvers |
 |
| Koolmees |
 |
| Roodborsttapuit, jong vrouwtje |
 |
Roodborsttapuit, jong mannetje
 | Roodborsttapuit, mannetje
|
|
 |
| Boerenzwaluw |
 |
| Jonge rietgors |
 |
| Graspieper |
 |
| Kneu |
 |
Graspieper (links) en kneu (rechts)
 | Gaai
 | Gaai
|
|
|
We rijden naar een ander stukje waar in het voorjaar en vroege zomer vaak grauwe klauwieren zijn en dit jaar ook spotvogels zaten. Nu zien en horen we weinig. We gaan nog even bij het vennetje kijken en zien daar een vogel schichtig wegschieten. We twijfelen tussen een watersnip en een waterral. Die laatste is niet denkbeeldig, vorig jaar heb ik er hier twee gezien. Hoe bijzonderder een soort, des te moeilijker deze zich laat zien en dat geldt ook voor dit exemplaar. Alsof hij zijn bijzonderheid wil bevestigen. We rijden naar de derde plek in de venen en wel bij de Nieuwe Leidijk. We lopen langs het Geesterens Stroomkanaal. Niets te zien, behalve een paar wilde eenden, en zeker geen ijsvogel. We lopen nog een eindje het pad op richting de trektelpost. Een grote verrassing is een groep prachtige staartmezen. Ze bevestigen dat ze graag in groepjes vrolijk en druk de bomen en struiken afstruinen.
 |
| Staartmees |
 |
| Staartmees |
 |
| Staartmees |


De laatste koffie en boterham gaan er wel in, we hebben toch al 10 km gelopen. We besluiten tot slot even te gaan kijken bij de Oosterweilanden. Dat blijkt een goed idee. Maar daarover straks, eerst wil ik een prachtig exemplaar van een buizerd laten zien die we onderweg naar de Oosterweilanden zien in het veengebied. Wat een majesteitelijke schoonheid en wat een kracht straalt deze vogel uit.
 |
| Buizerd |
 |
| Buizerd |
Bij de Oosterweilanden is de plas en de kant druk bezet door grote groepen vogels, voornamelijk grauwe ganzen, nijlganzen, grote Canadese ganzen, brandganzen en kieviten. Tussendoor struinen enkele wintertalingen. We turen de randen af en zien een watersnip. Hij zit er amper of hij vliegt weer weg, in zijn kielzog gevolgd door drie bonte strandlopers. Als een grote groep kieviten onrustig opvliegt zie ik een roofvogelachtige als oorzaak hiervan; ik kan snel een foto maken, denk eerst aan een sperwer, maar het blijkt zelfs een slechtvalk te zijn. Wat een geluk. Als laatste bijzonderheid noem ik de Indische gans, op welke exoot we opmerkzaam gemaakt worden door een andere vogelkijker. Tevreden rijden we na een dikke vijf uur vogelen en een flinke wandeling naar huis.
 |
| Watersnip |
 |
| Watersnip en twee bonte strandlopers |
 |
| Bonte strandlopers |
 |
| Bonte strandlopers |
 |
| Slechtvalk |
 |
| Slechtvalk |
 |
| Wintertaling |
 |
| Grauwe ganzen |
 |
| Grauwe ganzen |
 |
| Kuifeenden |
 |
| Indische gans |
 |
| Indische gans |