donderdag 4 juni 2026

Donderdag 4 juni 2026

De weerprofeten hebben beloofd dat deze dag de minst mooie dag van de week zal worden met de meeste regen. Daarom hebben we vandaag een bezoek aan de grot van Dargilan gepland. Dat is ook vrijwel de enige overdekte activiteitsmogelijkheid in deze streek; de dichtstbijzijnde grote stad en/of museum is op uren rijden van onze camping vandaan. In de ochtend valt het weer nog alleszins mee. We gaan lopend boodschappen doen bij de plaatselijke supermarkt en doen op de terugweg een terrasje aan voor cappuccino. Na de lunch komt de voorspelling echter wel uit, vanaf ongeveer 13.00 uur begint het gestaag te regenen en het zal niet eerder ophouden dan vanavond laat. 

De grot van Dargilan is een kwartiertje rijden over hobbelige weggetjes. De grot is in 1880 ontdekt door Jean Sahuquet en in 1888 onderzocht door de speleoloog Édouard-Alfred Martel. De grot heeft twee verdiepingen. Het plafond van de bovenste zaal ligt 30 meter onder de grond. De onderste zaal bereiken we via een trap en reikt tot een diepte van 120 meter. Uiteraard zijn er veel stalagmieten en stalagtieten te zien. Het flauwe ezelsbruggetje leert dat tieten hangen, dus de stalagtieten hangen aan het plafond. Stalagtieten en stalagmieten groeien met ongeveer drie centimeter per eeuw. De roze getinte kleuren van de wanden zijn veroorzaakt door ijzer en kalkspaat. De onderste zaal is werkelijk indrukwekkend met veel draperieën aan de wanden en soms een grote zuil. De laatste foto laat de grootste zuil zien van 16 meter hoog en 9 meter breed. Op de bodem zijn vier waterbassins boven elkaar met kristalhelder water dat uiteindelijk in de Jonte uitkomt. Grappig en illustratief is een vaas met plastic tulpen die 34 jaar geleden in de grot is neergezet en nu al helemaal versteend is met een dun laagje. 

De foto's heb ik met mijn iPhone gemaakt, dat werkt hier beter dan met een camera.


Il pleut.




















woensdag 3 juni 2026

Woensdag 3 juni 2026

Vanmorgen gaan we naar het Maison des Vautoures (het Huis van de Gieren), 20 km van onze camping af in de Gorges de la Jonte. Het is een klein, maar informatief museum met informatiepanelen, nagemaakte gieren, een video en twee platforms met telescopen om gieren te bekijken tegen de hoog gelegen rotswanden. Van de vale gier zijn er op dit moment 991 broedparen, een gigantisch succes na de herintroductie van enkele tientallen gieren in de jaren tachtig. Gieren zijn aaseters, daarom leggen boeren kadavers van gestorven vee in de natuur voor de gieren. Ik las net dat dit sinds enkele jaren geleden in Spanje verboden is vanwege de gekke koeienziekte. Behalve de vale gier komt in dit gebied de monnikskapgier, lammergier en aasgier voor, maar in veel kleinere aantallen. Een verklaring daarvoor is dat in de volgorde van aas eten de vale gier bovenaan staat; deze peuzelt namelijk aan de spieren en andere wekere delen van het kadaver, terwijl de andere giersoorten botten, huid en pezen eten en de aasgieren de restjes. Ongelooflijk hoe ingenieus de magen van de gieren sappen afscheiden om allerlei bacteriën te doden van niet meer zo frisse kadavers, waar andere dieren en mensen ziek van zouden worden en sterven. Gieren volgen elkaar als er een kadaver ontdekt is; dat verklaart waarom er meteen grote aantallen gieren op een kadaver afkomen. 

Op het platform kijken we naar gieren die in de holen van de rotsen zitten, waar ze waarschijnlijk hun  nest hebben. Ze zitten ver weg, maar ik kan er toch een paar vastleggen.





Deze foto is met 900 mm genomen en niet gecropt.

Een deel van de rotspartijen waar de gieren zitten.
Op de linker rots, rechtsboven zat de gier op de vorige foto.

Dal van de Jonte

Opgezette vale gier in het museum






Na een lunchpauze bij een picknicktafel rijden we een rondje door verschillende gorges: de la Jonte, du Tarn, de la Durbuis, de la Trevezel. Prachtige landschappen met halverwege het dorpje Cantobre dat hoog op rotsen gebouwd is. Waarom, vraag je je af. 













dinsdag 2 juni 2026

Dinsdag 2 juni 2026

Vanmorgen gaan we eerst eens rustig koffiedrinken in het stadje Meyrueis. Het is een gemoedelijke dinsdagochtend, alles gaat relaxt zijn gangetje, de cappuccino smaakt heerlijk en we verbazen ons over het grote aantal motorrijders, ook vanmorgen weer. 

(Foto's anders dan van vogels zijn met de iPhone gemaakt, behalve de eerste in Meyrueis)



Vanmiddag brengen we de tijd lezend door en spelen een paar keer 'Regenwormen'; de buien houden ons binnen, alleen voor de boodschappen gaan we er even uit. Na het eten zou het opknappen volgens de buienradar; we besluiten met de auto naar de Mont Aigoual te rijden. Lang geleden heb ik deze samen met René Olde Kalter op de racefiets beklommen, een tijd waarin we dit soort cols nog gemakkelijk te fietsen vonden 😀. Nu is hij ook niet zo heel steil (ongeveer 5% gemiddeld), maar gaat wel naar 1567 meter en is vrij lang. Het boek 'De renner' van Tim Krabbé gaat over een beklimming naar de top die hij als wielrenner heeft gedaan.  Op de top stormt het vanavond bijkans en regenwolken gieren over de top. Het vergezicht is vaak wel fenomenaal. 




Eenmaal weer in het dal van de Jonte rijden we nog een stukje Meyrueis voorbij om te kijken of de gieren zich nog laten zien. Net als we weer naar de camping terug willen gaan, omdat we geen gieren zien, vertonen ze zich weer majestueus in de lucht. Soms zien we er wel zes tegelijk. Ze gaan af en aan. We staan wel een uur te kijken en zien dat zeker zes gieren landen op een rotsrichel, waarschijnlijk hun slaapplek. Een andere gier zoekt zijn heil in de top van een boom. Wat een belevenis weer en nu met beter licht dan gisteren. 








Dal van de Jonte vanavond